Mariadevotie

Onze-Lieve-Vrouw van Oostrum, Behoudenis der KrankenDe Mariadevotie in Oostrum rond de verering van het ‘wonderdadige beeldje’ van Onze-Lieve-Vrouw van Oostrum, Behoudenis der Kranken heeft een lange en rijke traditie. In 1400 wordt de kapel voor de eerste keer vermeld in een document uit 1400, dat bewaard wordt in Luik.

Het is aannemelijk dat vijftig jaar eerder de Mariadevotie begon. Ook de neogotische stijl van het beeldje wijst naar die tijd. Talloze pelgrims zijn in de loop van de 675-jarige geschiedenis van het beeldje met hun zorgen en vragen naar Maria gekomen: als bedevaartgroep, maar vooral ook individueel of in kleine groepen. En elke morgen gaat tegen 9.00 uur de kapel open en worden er bij Maria offerkaarsen of noveenkaarsen ontstoken, verbonden met de vraag om hulp aan Maria voor het vervullen van een wens om genezing, troost, oplossing van problemen en kaarsen die uit dankbaarheid ontstoken worden omdat de wensen in vervulling zijn gegaan.

Legende

Aan de Mariadevotie van Oostrum is de volgende legende verbonden. Een welgestelde landbouwer vond bij het wieden van zijn vlasakker een klein Mariabeeld terwijl hij een stem hoorde zeggen: “Hier wil ik rusten”. Hij nam het beeldje mee naar huis en beloofde in het veld een kapelletje te bouwen wanneer de vlasoogst goed zou zijn. De volgende dag bleek zijn vlas in volle bloei te staan.

De landbouwer hield zijn belofte en bouwde een kleine kapel. Dit verhaal werd voor het eerst opgetekend door H. Welters en gepubliceerd in het boek Maria’s Heiligdommen in Nederland en België (1882). Welters spreekt zelf van een ‘volkslegende’. Mondelinge overlevering speelt bij de geloofsoverdracht een belangrijke rol, al is de schriftelijke overlevering van latere datum. Dat is ook met de teksten van de Heilige Schrift zo. Moderne tekstanalyse spreekt van ‘bronnen’ die een mondelinge overlevering vastleggen.

De schriftelijke overlevering van de legende gaat terug tot de 19e eeuw. In 1884 nam rector J.A. van Hegelsom het verhaal op in zijn boekje over de bedevaartplaats Oostrum. Hij volgde in grote lijnen Welters, maar voegde er een andere bron aan toe. Zo zou de landman het beeldje eerst mee naar huis hebben genomen. De volgende dag was het echter verdwenen. Bedroefd keerde de man terug naar de vlasakker en trof daar het beeldje aan op dezelfde plek waar hij het daags tevoren gevonden had. Terwijl hij dit voorval overpeinsde, hoorde hij een stem zeggen: “Hier wil ik rusten”. Volgens Van Hegelsom speelde de gebeurtenis zich af omtrent het jaar 1350 en werd het verhaal van vader op zoon overgeleverd.

Zie ook:

Delen mag!